Als je in Parijs rondloopt en omhoog kijkt, zie je ze overal: de kleine mozaïeken van Invader, pixelmonstertjes uit de arcade van de jaren tachtig, vastgelijmd op gevels waar niemand ze verwacht. Ik heb ze altijd graag gezien. Ze zeggen: hier is iemand geweest die iets anders wilde dan wat er al hing.
Bij Mistral hangen ze binnen. Niet letterlijk, maar de hele branding is pixelart in retro-arcadestijl, splinternieuw gebouw, glimmende vloeren, en aan de muren monstertjes die eruitzien alsof ze uit een spelkast van 1982 zijn ontsnapt. Ik vond het meteen een goed teken. Een AI-bedrijf dat zichzelf ernstig neemt, laat zich fotograferen voor een serverrack. Een AI-bedrijf dat weet wat het doet, mag met space invaders spelen.
We waren met dertig, Vlaamse ondernemers uit alles wat je kunt bedenken: data, biotech, logistiek, een ziekenhuis, een vlogger. Het soort gezelschap waar de koffiepauze langer duurt dan de presentatie, en terecht.
August
Onze gastheer heet August. Een Belg, ingenieur uit Leuven, Vlerick erbij, een postgraduaat AI erbovenop, dan Cisco, en sinds een jaar Mistral. Hij was werknemer 250 en de eerste Belg. Nu zijn er vijftien, op zestienhonderd. De helft van dat bedrijf is aangeworven in de laatste vier maanden. Als ik een jaar geleden in een bedrijf van 250 was gestapt en er nu met 1.600 zat, zou ik ook eerst even naar de pixelmonstertjes aan de muur kijken om te weten in welk spel ik precies zat.
August leidt het cybersecurity-team. Ze bouwen daar, in zijn woorden, offensieve modellen. Kleine broertjes van wat Anthropic met Mythos doet, maar dan elk met één taak. Een model dat enkel SQL-injecties zoekt. Een ander dat enkel één ander soort lek zoekt. En daarboven een grotere die het hele gezelschap in het gareel houdt. Ik heb ooit een agency geleid. Ik herkende de structuur onmiddellijk.
Slide vijf
Na een half uur zaten we aan slide vijf. August merkte het zelf op, glimlachend, en gaf toe dat het misschien beter was om gewoon een gesprek te voeren. Dertig ondernemers hadden namelijk allemaal dezelfde vraag, telkens in een ander jasje: kunnen wij hier iets mee?
Zijn antwoord verdient een pluim voor eerlijkheid. Mistral werkt met bedrijven boven een miljard omzet. ASML, Airbus, BMW, Cisco, Allianz, defensie. Een model trainen kost al snel meer dan een miljoen, en als je het hele traject meetelt eerder tien. Iemand achter mij vatte het samen: “Dus alle KMO’s zijn gezien.” August lachte. “Momenteel.”
Ik had kunnen kijken als een kind dat te klein is voor de achtbaan. Ik heb ervoor gekozen om het anders te lezen. Het bedrijf dat vandaag enkel voor ASML kan werken, is over drie jaar het bedrijf dat de hele weg al eens gelopen heeft. En ondertussen liggen Le Chat en AI Studio gewoon op de website, met seat licenses die goedkoper zijn dan wat de Amerikanen vragen. Ik heb ze nooit ernstig geprobeerd. Dat is mijn schuld, niet de hunne.
Een GPU in de machine
Dan het deel waar ik van mijn stoel viel.
Bij ASML zit er een GPU in de lithografiemachine. Het masker waar het licht doorheen gaat, wordt warm, zet uit, en er draait een model dat in real time voorspelt hoe dat metaal vervormt. Geen chatbot. Geen tekst. Een transformer die een 3D-mesh raadt, en goed genoeg raadt om chips te maken die u en ik in onze zak dragen. Bij Airbus doen ze het met vleugels, bij BMW met crashtests. Voor de Griekse overheid hebben ze een model voor Oudgrieks, wat wil zeggen dat er ergens in Athene een ambtenaar zit die Homeros kan prompten. Voor defensie zitten er mensen in een bunker die de gewichten van een model op een USB-stick naar binnen dragen, omdat er geen kabel de bunker in mag. Sneakernet, anno 2026.
Dat is een andere AI dan waar wij het over hebben. Wij discussiëren over prompts en of Claude nu beter is dan ChatGPT. Zij spreken over pre-training, datamixen en hyperparameters die om onbekende redenen wel of niet werken. “Een artform,” zei August erover, en de mensen die het kunnen, kunnen het omdat ze het al duizend keer geprobeerd hebben. Ik vond dat geruststellend. Zelfs op het hoogste niveau van deze technologie is de methode nog altijd: probeer, kijk, probeer opnieuw.
Het harnas
Het woord van de dag. Een model is dom, zei August. Het spuwt tekst. Alles wat het slim laat lijken, zit in het harnas errond: de tools, de bronnen, de orkestratie, het geheugen. Als ChatGPT of Claude je na een tijdje beter lijkt te kennen, is dat niet het model dat leert. Het model is elke keer exact hetzelfde. Het harnas vat je vorige gesprekken samen en schuift die ongemerkt mee de prompt in.
Ik wist dat. Ik had het al tien keer gelezen. Maar het horen van iemand die de modellen zelf bouwt, in een gebouw vol pixelmonstertjes, terwijl er dertig Vlamingen tegelijk knikken, dat is een ander soort weten. Het is ook een geruststelling voor iedereen die geen datacenter in Zweden heeft: het harnas kunnen wij bouwen. Dat is gewoon goed nadenken over wat een model mag zien en wat het mag doen. Daar heb je geen miljard voor nodig, daar heb je een goed hoofd voor nodig.
Le chat et la souris
Waarom Europa achterloopt, wilden we natuurlijk ook weten. Het antwoord was niet compute, of niet alleen. Niet talent, want op zijn vacatures staan achtduizend kandidaten. Onderwijs, zei August. In Leuven leer je onderzoeken, niet doen. Op de hogeschool leer je doen, maar niet diep genoeg. En overengineering: “We maken dingen altijd veel te complex.”
Mistral is een Frans bedrijf dat niet werkt als een Frans bedrijf. Alles gebeurt in publieke kanalen, ook HR. Een privébericht verdwijnt na vijf dagen. Er zijn geen geheimen, enkel dingen die nog niemand heeft opgezocht. Iedereen die er werkt heeft eerst bij een Amerikaans bedrijf gezeten en heeft die manier van werken gewoon meegebracht, als een souvenir. Ik vond dat de meest Europese zin van de dag: we kunnen het, zodra we ophouden ons Europees te gedragen.
Over twee maanden komt hun grootste model. Ergens tussen één en twee biljoen parameters, open source, met als lat het niveau van Opus 5. August zei: “Stay tuned.” Ik heb mijn radio al afgestemd.
Wind in de zeilen
Dertig Vlaamse ondernemers hebben een voormiddag geluisterd naar een Belg die in Parijs aan de frontlinie staat van het enige Europese antwoord op de Amerikaanse en Chinese modellen. Hij vertelde ons dat België geen focusmarkt is, dat KMO’s te klein zijn, dat het onderwijs achterloopt en dat de sterkste mensen in zijn team niet aan een Europese universiteit hebben gestudeerd.
En toch ben ik met wind in de zeilen buitengekomen. Mistral betekent wind, en die waait uit de goede richting.
Dus hier is mijn vraag aan u, aan mezelf, en aan iedereen die vorige week nog “even iets aan Claude gevraagd” heeft: open Le Chat. Vandaag. Doe er een week mee wat je anders met de Amerikanen doet. Het zal niet alles even goed kunnen. Het zal een paar dingen verrassend goed kunnen. En elke euro die je erin steekt, is een euro die niet de Atlantische Oceaan oversteekt.
De space invaders zijn geland. Laten we ze niet wegjagen.



