I
De zon komt op boven een pop-up
Iemand fermenteert iets in de keuken
Ik weet niet wie
Ik weet niet wat
Het borrelt, dus het leeft
II
Ik heb een stoel die een manifest is
Ik heb een manifest dat een stoel is
We zitten erop, we lezen het niet
De hond heet Walter Benjamin
Hij kijkt me aan alsof ik gelijk heb
Refrein
βt Is goed hier
We wachten op niets, en het komt
βt Is goed hier
De stad kijkt naar zichzelf, en knikt
βt Is goed hier
Het gist, het trekt, het laat niet los
βt Is goed hier
Zeg het nog eens, zachter
III
Buiten rijdt een bakfiets door de mist
Met een kind, een kaas en een contrabas
Niemand vraagt waarheen
Waarheen is burgerlijk
We gaan niet, we zijn
IV
Ik koop een brood dat naar een manier van leven heet
Ik snijd er niet in, ik bewaar het
Op de vensterbank, naast de visie
Ik ben niet rijk, ik ben gevoelig
Dat is duurder
Refrein
βt Is goed hier
We wachten op niets, en het komt
βt Is goed hier
De stad kijkt naar zichzelf, en knikt
βt Is goed hier
Het beton is handgemaakt, het water lauw
βt Is goed hier
Zeg het nog eens, zachter
V
In de kelder hangt een kaart van de buurt
Die er over tien jaar zal zijn
Ze hebben de straten al namen gegeven
Van mensen die hier ooit hebben gewoond
Voor wij kwamen
VI
De uitvinder van de week staat op het Sint-Baafsplein
Hij heeft een app voor stilte
Twee euro per minuut
Het werkt
Je hoort alleen jezelf
Brug
Er is een vergadering over de vergadering
Er is een avond over de nacht
Er is een uil in het Wintercircus
Of een drone
Of een idee
Het kijkt in elk geval terug
En het heeft mijn ogen
VII
Om vier uur valt de stad even stil
Iedereen denkt aan hetzelfde
Niemand zegt het
Dan gaat de koffiemachine weer aan
En zijn we gered
Tot vier uur
Refrein (uit)
βt Is goed hier
We wachten op niets, en het komt
βt Is goed hier
De stad kijkt naar zichzelf, en knikt
βt Is goed hier
Ik ben de uil, ik ben de drone
βt Is goed hier
Zeg het nog eens
Zachter
Zachter
Zachter



